Fotoverslag 2003

Op 6 januari 2003 vertrekken we (John en Olly) naar Imre Koszta in Hongarije. De auto zwaar beladen met de kinderschoentjes die we via verschillende inzamelingsacties hebben binnengekregen (zie Schoenenactie). Eind 2002 blijkt namelijk uit een telefoongesprek met Imre dat er een dringende behoefte bestaat aan kinderschoentjes. In Roemenië (het land waar onze acties zich momenteel op toespitsen) is de winter
begonnen en sterven er kinderen omdat ze geen schoentjes hebben.

We zijn van plan een soort live-verslag te maken tijdens onze reis door foto's en tekst via e-mail automatisch op deze internet-site te verwerken (zie Reisverslag). We hopen op deze manier iedereens betrokkenheid bij dit soort projecten te vergroten.

 

   
     
  
 

Na een autorit van meer dan vijftien uur vanwege hevige sneeuwval in Oostenrijk en Hongarije komen we aan bij het huis van Imre Kostza. 's Avonds sorteren we alle schoenen nog eens en maken een paar zakken klaar die we de volgende dag willen meenemen naar de dorpen. De overige zakken worden later op Imre's manier over de dorpen verdeeld. Hij verdeelt de goederen normaal gesproken alleen als hij genoeg heeft voor een heel dorp, maar toont begrip voor het feit dat wij foto's willen maken voor het thuisfront en dus met een kleiner aantal schoenen naar de dorpen gaan.

De volgende dag vetrekken we naar Roemenië. Onze voorraad schoenen wordt onderweg nog overgepakt in een ander busje omdat de eigenaar daarvan weer betere connecties heeft met de douane. Eenmaal over de grens wordt onze voorraad schoenen nog aangevuld met een lading voedsel bestaande uit olie, meel, zout en pasta. Deze voedselpakketten zijn gekocht met het geld van de eerste inzamelingsactie van de stichting Annovyn (zie Voedselpaketten).

Naarmate we dichter in de buurt van de dorpen komen zien we steeds vaker zigeuners sjouwen met bossen hout of inhakken op boomstronken langs de weg. De meesten hebben een dagtaak aan het verzamelen van voldoende hout om het 's winters een beetje warm te houden.

 

   
   
  
 
Als we in Simian aankomen stokt ons beschrijvend vermogen. Zelfs foto's kunnen achteraf niet afdoende weergeven hoe groot de ellende in dit soort dorpen is. Het is een vreselijke combinatie van honger en kou. En het treft de kinderen nog genadelozer dan de volwassenen. Rillende, bibberende en tandenklapperende kinderen wachten ons op. Ze komen tevoorschijn uit hutjes die daar huizen heten. Sommige kinderen zijn op een bizarre manier gekleed in kleurrijke zomerkleding, stille getuigen van een vorige actie.

 

   
 
  
 
We beginnen met het uitdelen en aanpassen van de schoentjes en zelfs bij deze temperaturen worden we warm van de blijdschap die erdoor ontstaat. Ook dan blijkt weer dat het gewoon kinderen zijn. De geringste aanleiding is wel weer reden voor een feest. Druk lachend, pratend en gebarend stromen ze het hutje in en vergeten even onder welke ellendige omstandigheden ze verkeren. We hebben niet genoeg schoentjes voor iedereen maar Imre meldt ze dat de rest binnenkort volgt. Er zijn wel genoeg voedselpakketten. Buiten staat een lange rij zigeuners in de kou te wachten om ze in ontvangst te nemen. Hier en daar duiken de eerste kinderen weer buiten op met hun nieuwe (hand)schoentjes aan