Fotoverslag 2004

 

Woensdag 28 januari om 17:00 uur vertrekken we (John en Olly) weer naar Hongarije. Deze keer hebben we de auto afgeladen met jassen, schoentjes, sokken en sjaals. En wederom hebben we ons verbaasd over de goede kwaliteit van de spullen.
De kinderjassen hadden we te danken aan een inzamelingsactie op de basisscholen de Ploeg en de Kooi en het kinderdagverblijf de Blokkendoos. De sokjes en sjaals zijn bij elkaar gebreid door drie dames uit Leek en de schoentjes zijn in het afgelopen jaar vanuit allerlei instellingen en organisaties bij ons binnengebracht. Wij zien de kinderen al voor ons die straks weer wat warmer gekleed door de winter komen!

   
   
  
 

Na een wederom vlekkeloos verlopen reis komen we rond een uur of tien aan bij Imre. In tegenstelling tot vorig jaar hebben we nu winterbanden onder de auto en dat merken we meteen aan het feit dat we ondanks de sneeuw met de auto tot aan de voordeur komen (vorig jaar moest iemand met een tractor ons nog naar Imre's huis slepen).
Wat ook behoorlijk verschilt met vorig jaar is de tijd die we krijgen om bij te komen van de reis. Hoeveel het vorig jaar precies was weten we niet meer maar dit jaar krijgen we geen minuut.
Voor we het weten zitten we alweer in de auto. Er is geld beschikbaar gekomen voor de aanleg van een gaskachel in het Hençida-gebouw dus moet er nu een aantal zaken geregeld worden. Eerst gaan we naar het lokale gasbedrijf. Vervolgens naar een installatiebureau. Alle mensen die we op onze weg ontmoeten zijn verassend gastvrij.

 

   
 
  
 

Nadat we het installatiebureau hebben bezocht gaan we naar Hençida. Een zigeunerstel beheert het gebouw en doen dat uiterst zorgvuldig, aldus Imre. Zo zie je maar weer dat Imre de zigeuners zoveel mogelijk betrekt bij alle projecten en ze probeert een stukje verantwoordelijkheid bij te brengen. Van binnen ziet het er fantastisch uit. Hier worden in de zomer de kampen georganiseerd. Kinderen komen dan met een stuk of dertig per keer uit de dorpjes in Roemenië om hier een onvergetelijke vakantieweek mee te maken. Buiten op het terrein zijn voetbal- en volleybalveldjes en zelfs twee zwembaden. Imre vertelt dat zo'n week wordt afgesloten met een bezoek aan de McDonald's. Wat moet dat toch allemaal prachtig zijn voor kinderen die net een hele winter op elkaar gepakt in lemen hutjes hebben gezeten.

 

   
 
  
 

Later op de dag bezoeken we een tweetal zigeunerdorpen in Roemenië. We hebben de jasjes en schoentjes niet bij ons. Het is echt beter om de distributie daarvan op een later tijdstip te plannen. Er kan dan beter uitgezocht worden welke spullen voor welke dorpen geschikt zijn. Wij hebben daar uiteraard begrip voor want weten nog maar al te goed hoe rommelig het uitdelen van de schoentjes en laarsjes vorig jaar verliep.
Daarom hebben we dit keer iets anders bedacht. We vragen Imre om bij de plaatselijke bakker en slager genoeg brood en salami te kopen om beide dorpen van een extraatje te kunnen voorzien. Wat ze er precies van gevonden hebben zullen we nooit weten maar het moet wel een heel vreemd gezicht zijn geweest. Een stelletje vreemde gasten die een vreemde auto helemaal volproppen met brood en salami!
Nu we de auto vol hebben gaan we naar het eerste dorp, Tarzea. De burgemeester van dat dorp is begaan met het lot van "zijn" zigeuners en heeft ons een stukje grond beloofd waarop wij een gebouwtje kunnen neerzetten. Het moet dan een soort multifunctioneel gebouwtje worden, school, kliniek, kerk.
We sjouwen samen met de burgemeester door de sneeuw naar het zigeunerdorp. Onderweg laat Imre ons nog een lange sleuf in de grond zien waar een waterleiding in komt zodra het weer het toestaat. Deze waterleiding loopt dan vanuit het "gewone" dorp naar het zigeunerdorp en zal de zigeuners straks kilometers lopen per dag schelen. In al zijn ijver om ons te laten zien wat er allemaal al in de grond zit aan leidingen graaft Imre met zijn blote handen een gat in de grond. Zijn pogingen blijven vruchteloos, net als onze pogingen om hem te overtuigen van het feit dat we hem wel geloven. Uiteindelijk geeft hij het op maar heeft ons zonder het zelf te weten wel even laten zien wat voor een doorzetter hij is (bijzonder belangrijke eigenschap als je ziet wat hij allemaal moet regelen).

 

   
 
  
 

We komen aan bij het zigeunerdorpje van Tarcea en krijgen vrij snel in de gaten dat het meenemen van brood en salami een schot in de roos is. In dit dorp is de armoede nog weer erger dan wat we tot nu toe gezien hebben (wij denken steeds dat het niet erger kan). De mensen stromen uit hun huisjes om hun "extraatje" in ontvangst te nemen.
Even voor de duidelijkheid. Voor € 30 kan je een heel dorp trakteren op brood en salami. Het wordt op dat moment voor alle zigeuners in het dorp even feest. Probeer dat maar eens ergens anders met € 30 voor elkaar te krijgen!

 

   
 
  
 

We lopen door het dorp en gaan hier en daar een hutje binnen. Gelukkig went dit nooit. Ondanks het feit dat de beelden zo langzamerhand op ons netvlies gegrift staan, schrikken we ons iedere keer weer helemaal kapot. Hier en daar komen hele volksstammen onder gore dekens vandaan en alles, werkelijk alles, ademt de sfeer van absolute armoede uit.

 

   
 
  
 

Tot slot gaan we nog naar het dorpje Simian. Daar staat het huisje dat voor € 750,00 (!) is gebouwd door de stichting Annovyn. De kinderen rennen ons tegemoet alsof we er gisteren nog geweest zijn. Ze kunnen zich alles van ons vorige bezoek nog herinneren! In het huisje zelf is de situatie enorm verbeterd. De muren waar de wind vorig jaar nog doorheen joeg zijn dichtgepleisterd en het verroeste olievat dat dienst deed als kachel is vervangen door een gietijzeren fornuisje. De rook wordt via een pijp naar buiten geleid. Onvoorstelbaar wat je met een paar centen kunt bereiken.