|
Later op de dag bezoeken we een tweetal zigeunerdorpen in Roemenië. We hebben de jasjes en schoentjes niet bij ons. Het is echt beter om de distributie daarvan op een later tijdstip te plannen. Er kan dan beter uitgezocht worden welke spullen voor welke dorpen geschikt zijn. Wij hebben daar uiteraard begrip voor want weten nog maar al te goed hoe rommelig het uitdelen van de schoentjes en laarsjes vorig jaar verliep.
Daarom hebben we dit keer iets anders bedacht. We vragen Imre om bij de plaatselijke bakker en slager genoeg brood en salami te kopen om beide dorpen van een extraatje te kunnen voorzien. Wat ze er precies van gevonden hebben zullen we nooit weten maar het moet wel een heel vreemd gezicht zijn geweest. Een stelletje vreemde gasten die een vreemde auto helemaal volproppen met brood en salami!
Nu we de auto vol hebben gaan we naar het eerste dorp, Tarzea. De burgemeester van dat dorp is begaan met het lot van "zijn" zigeuners en heeft ons een stukje grond beloofd waarop wij een gebouwtje kunnen neerzetten. Het moet dan een soort multifunctioneel gebouwtje worden, school, kliniek, kerk.
We sjouwen samen met de burgemeester door de sneeuw naar het zigeunerdorp. Onderweg laat Imre ons nog een lange sleuf in de grond zien waar een waterleiding in komt zodra het weer het toestaat. Deze waterleiding loopt dan vanuit het "gewone" dorp naar het zigeunerdorp en zal de zigeuners straks kilometers lopen per dag schelen. In al zijn ijver om ons te laten zien wat er allemaal al in de grond zit aan leidingen graaft Imre met zijn blote handen een gat in de grond. Zijn pogingen blijven vruchteloos, net als onze pogingen om hem te overtuigen van het feit dat we hem wel geloven. Uiteindelijk geeft hij het op maar heeft ons zonder het zelf te weten wel even laten zien wat voor een doorzetter hij is (bijzonder belangrijke eigenschap als je ziet wat hij allemaal moet regelen).
|