Fotoverslag oktober 2004



Onze heenreis was er één met grote vertraging u kunt er over lezen in het reisverslag.
We waren om 4 uur in de ochtend in Told bij het huis van Szandra. We hebben snel samen de auto uitgepakt. Daarna gingen wij naar Berettyóújfalu en hebben een paar uur in de auto geslapen. Om 7 uur werden we hartelijk ontvangen in het huis van Imre, We sliepen tot 9.30. Imre maakte een lekker ontbijt. En we bespraken het programma dat een dag korter was. We besloten direct de eerste dag (vrijdag) naar Roemenië te gaan.
Szandra was intussen om een uur of zeven al begonnen met het verdelen van de kleding. De dorpsgenoten maakten graag gebruik van de gelegenheid om een wintergarderobe voor hun kroost uit te zoeken. Toen we haar om half elf ophaalden om mee te gaan naar Roemenië had ze samen met haar vader bijna alle kleding al verdeeld. Ze blijft ons verbazen.
In Oradea kochten we brood en salami. Het is onze gewoonte geworden om iets mee te nemen als we nederzettingen bezoeken.
We bekeken de bakkerij van Sourin (de bakker die te veel brood bakte zoals wij hem steevast noemen.) De bakkerij was bijna klaar en zou die maandag in gebruik worden genomen.
De eerste Roma nederzetting waar we heen gingen ligt een paar kilometer van het dorp Simian. De weg erheen maakte Joke en Karin meteen duidelijk dat in natte tijden deze plaats absoluut niet met een auto te bereiken is. Toen de eerste kinderen ons in de verte zagen aankomen, duurde het maar heel kort voordat de bijna voltallige bevolking ons tegemoet kwam. We verspreiden ons in het dorp Karin en Joke liepen wat op met Imre beide omringt door kinderen. John had foto´s bij zich die in april waren gemaakt. Samen met Szandra werden ze uitgedeeld en Szandra noteerde zoveel mogelijk namen. Geweldig voor ons dat nu ook de communicatie met de Roma bevolking mogelijk was door het tolkwerk van Szandra. Onvoorstelbaar wat ze in 16 weken heeft bereikt.
Er zitten ook nadelen aan. De mensen hadden direct in de gaten dat zij haar verstonden en begonnen haar te vragen wat ze allemaal te kort kwamen. Een moment wist ze even niet hoe ze er mee aan moest. We legden haar uit dat zij de mensen moest verwijzen naar Imre. Na enige tijd kon ze daarmee goed uit de voeten. De meiden en jongens waren nieuwsgierig naar haar en wilden samen met haar op de foto. Ferenc en Angela waren bijzonder blij met hun nieuwe huis. Ze hadden het leuk ingericht en tot onze verassing stond er zelfs een tv. Ferenc heeft er echt iets moois van gemaakt en werkt er nog steeds aan.
De familie Talpaz werd natuurlijk ook even bezocht. Zij wonen in het eerste huis dat de stichting bouwde. Naast het raam was nu ook de deur verdwenen. Ook was de buitenkant nog niet gepleisterd. Pa Talpaz blijkt niet in staat dat voor elkaar te krijgen en de armoede doet hem onderdelen van het huis verkopen die de komende winter absoluut noodzakelijk zijn.  Het huis is ook te klein. Na de winter moet er een oplossing voor gevonden worden. Eerst wordt er een deur geplaatst. De oudste dochter Irena (amper 15) is zwanger en lijkt daar trots op te zijn. School? Nee ze heeft een vriend. Ook Monica gaat niet naar school. Niet nodig vindt ze. Later blijkt dat bijna geen van de kinderen de school bezoekt.
Een aangrijpend moment voor ons allemaal was de kennismaking met een nieuw gezin in Simian. Santa Géza en zijn Gisela en hun vier kinderen en een vijfde op komst. Zij hadden op enige afstand van de nederzetting een hut gebouwd. Een soort overdekt gat in de grond. Wel heel knap gemaakt, een openlucht museum in Nederland zou er een klein vermogen voor over hebben. Archeologen hadden het waarschijnlijk gedateerd rond de steentijd. Maar nee! een onderkomen voor een gezin op 1800 km van je eigen bed. we schrijven 2004. Dit kan dus echt niet. Dit gat moet dicht. De 1300 Euro die er voor nodig is hebben we al voorgeschoten. De twee jongste kinderen leken bijzonder kwetsbaar. In overleg met Imre besloten we geld te geven voor een liter melk en een brood per dag tot na de winter.
Zie project: Dat gat moet dicht.

Tarcea, een verzameling oude hutten en ook al een heel aantal nieuwe huisjes, vrolijke kinderen die je maar wat graag een hand willen geven en zelfs spontaan een liedje van de zangeres Babi zingen. In Tarcea komt het functioneel gebouw, het karkas is klaar, een paar mannen halen trots de deur en de kozijnen voor het gebouwtje uit een opslagplaats en laten ons zien hoe mooi het lijkt als ook die er in zitten. Komend voorjaar wordt het gebouw afgemaakt. Van de burgemeester krijgen we te horen dat hij voor een onderwijzer zal zorgen. In Tarcea zien we ook een voorraad geweckte groente op een tafel staan in een huisje waar veel aandacht aan is besteed door de bewoners, o zo trots op hun nieuwe huis. Het doet zo goed om dat te zien.  

 
Szandra liet ons haar dorpje Told zien, schrille tegenstellingen, goede huizen met een tuintje en een auto op de oprit, maar meest gepleisterde huisjes van leem waarvan de pleisterlaag loslaat. Geen ramen en deuren. Grote gezinnen die met de grootst mogelijke moeite kunnen rondkomen. Veel werkloosheid. Roma zijn niet in trek bij de werkgever.  We horen verhalen van werkzoekenden die te horen krijgen dat de functie niet meer vacant is terwijl een blanke daarna nog wel aan het werk kan. Als we niet toevallig al in Roemenië waren geweest zou deze armoede echt heel erg vinden en er iets aan willen doen. Gek eigenlijk hoe die grens verschuift. De gelatenheid en futloosheid valt op. Het initiatief is er niet. Een braakliggend stuk land mag gebruikt worden maar er zijn geen machines. Het idee om het met  te hand omspitten komt niet bij de bevolking op. Men verwacht de hulp van een ander. Voor ons stof om over na te denken. In ieder geval zijn de kleren op de goede plaats terecht gekomen.