Na het reeds beschreven voortreffelijke onbijt ging Olly met Roland en Szandra naar een dorp iets verderop. Szandra wilde een paar extra gaatjes in haar oren en ook Roland wilde een ringetje. Szandra was de eerste en met een benauwd gezicht verdroeg ze de pijn. Roland zag het aan en liet
toen alleen zijn haar knippen.
John ging een boekje lezen met Djenifer. Zij had allerlei woordjes geleerd op school en vond het prachtig om te laten horen hoe goed ze al kon lezen.
Daarna boodschappen doen. Er was een strak schema want we zouden de vader van onze contactpersoon bezoeken in het ziekenhuis. Omdat hij plotseling het weekend thuis mocht doorbrengen werd ons gevraagd of wij hem naar huis wilden brengen.
In het centrum van Oradea vonden we ziekenhuis Nummer 1. We vonden het eerst een rare naam, maar toen we binnen kwamen werd ons duidelijk dat dit het eerste ziekenhuis was dat ooit gebouwd was (daarna is het ook nooit meer aangepast). Smerig. Geen belsysteem. Ieder moet maar zien dat er genoeg verzorging van huis wordt meegenomen.
De in badjas gestoken mensen die daar rondliepen zeiden dat ze verpleegkundige waren. Wij hadden het gevoel dat het patienten waren die het hadden overleefd, maar bij gebrek aan personeel nooit waren ontslagen. Hoe dan ook, hier troffen we na enig zoeken de ernstig zieke maar opgewekte papa.
Blij ons weer te zien en vol interesse hoe het met pastor Richard was. Met tranen in de ogen vernam hij het goede nieuws. Intussen vergeten we de sleutelrol van Szandra. Zij tolkt met gevoel voor de situatie. Papa vroeg met enig ongeloof nog eens "Maar zij is toch een gipsy? Wat spreekt ze goed Nederlands. Wat is ze aardig en wat bijzonder dat ze meekwam.
Intussen moest John nog even broederen omdat de zieke buurman bijna het leven liet op het toilet.
In de auto naar huis, er waren inmiddels een paar uren verstreken, keuvelden we met behulp van Szandra vroliijk verder. Thuis een onroerend weerzien met de mamna en de dieren. Er was een heerlijke maaltijd bereid, wat begon met een emotioneel gebed. We waren er stil van. Tot papa glunderend aan mama van Richard en John's dochter vertelde.
De macaroni met vlees en pruimen op sap smaakten heerlijk, en dankzij de aanwezigheid van Szandra konden we mooie herinneringen ophalen. Papa ging rusten. John ging met mama boodschappen doen en kon het geleerde Hongaars in praktijk brengen. Olly en Szandra wandelden wat rond en kletsten bij.
Voor het eerst samen bijpraten, dat was goed. Het was al donker toen we weer naar Told reden. Onder de indruk van de situatie die we achterlieten, maar blij dat we de kans hadden nog even met samen papa en mama te kunnen zijn.
Terug in Told stond overheerlijke gevulde kool klaar. "John, Olly, eten!" riep Carola in perfect Nederlands. Daarna inpakken. Olly ging Sandra helpen met haar Engels. Leren kan zo te horen ook dolle pret zijn. Giebelende pubers, met af en toe een: Nou is het klaar! Een zin die alle leden van het gezin goed kunnen gebruiken. Norbert, Mario en Djenifer gingen slapen. De rest nam de dag door. Szandra vertaalde en vertaalde. Uiteindelijk kwam Atilla met wat bespiegelingen over hoe het nu verder moest. We hadden hem niet ingelicht over onze ideeën. Hij blijkt een scherp analyticus te zijn.
We vertrokken later op de avond want Szandra was te moe om zich te concentreren. Het weer was zwaar köd (mistig dus). Wij hebben tijdens de bijna 5 uur durende rit dan ook heel veel kunnen praten.
Op het vliegveld was het warm en als ware nomaden vinden we hier ook een plek om te slapen. Nu staan we op het punt om aan boord te gaan.
Naschrift. We zijn heelhuids terug bij onze gezinnen
|