|
Wie ben je, ken ik je wel?
Welk landschap tref ik aan, als ik voor even in jouw hoofd kon kijken?
Woorden uit een musical.
Bij onze ontmoeting met Szandra buiten het internaat, kwamen deze woorden in
me op. Na meer dan een half jaar kon ik haar weer ontmoeten. Het was goed
elkaar weer te zien, we waren blij. En toch was er iets in haar ogen wat me
verontruste. Haar open blik had plaats gemaakt voor een bedrukte. Iets van
gereserveerdheid nam ik waar. Het was duidelijk: ze droeg iets in zich wat
haar belastte.
Na onze gesprekken met directie en leerkrachten begreep ik waarom. Als er
met argwaan naar je gekeken wordt, word je onrustig. Als je zo op je woorden
moet letten, op je doen en laten, dan vermindert je spontaniteit. En dat is
zwaar.
Vooral voor Szandra. In Nederland heeft ze ervaren wat het is als er mensen
achter je staan, om je heen staan. Je willen helpen als het even niet gaat
en complimenten maken als het goed gaat. Het is dé voedingsbodem waarop zij
zich thuis voelt. Logisch!
Het was dan ook goed misverstanden te kunnen bestrijden bij het
lerarencorps. En voor haar op te komen. Afspraken te maken ook. Fijn dat
tijdens de laatste middag bij het gezin Rostas we weer konden bijpraten en
plezier konden hebben.
Haar ogen keken weer met dezelfde blik als tijdens de Nederlandse lessen bij
met thuis, nu een jaar geleden: vriendelijk, spontaan, zelfverzekerd en met
een missie.
Szandra, ik hoop dat je je er door zal slaan. Dat je zult worden wie je
bent: een prachtmeid!
We blijven je volgen!
Jurrie.
|
 |